De Weekkaart 2017-27: Biblios

Hoewel ik een redelijk lange lijst heb met spellen waarover ik een stukje kan brabbelen in De Weekkaart, is de lijst met spellen dat ik nog moet spelen én waarin kaarten zitten veel en veel langer. Gisteren kon ik er weer eens eentje afstrepen: Biblios. En Biblios is vandaag meteen het slachtoffer in deze rubriek. Voor de verandering laat ik er eens geen gras over groeien.

In Biblios win je door de meeste punten te scoren. Een fris concept dus. De waarde van de dobbelstenen stelt het aantal voor dat een speler kan scoren in een bepaalde categorie.

De waardes van dobbelstenen kunnen veranderen wanneer spelers een kaart met een paars kader in hun handen krijgen. Het is allemaal zo spannend niet, maar je kunt hiermee wat slimme manipulaties doen. Uiteraard is het handig om een dobbelsteen in waarde te verhogen waar jij denk punten te gaan scoren. Maar je kunt het verhogen van de waarde ook als afleidingsmanoeuvre gebruiken om tegenstanders deze waarde in een latere beurt weer te laten verlagen terwijl jij geen eens de moeite gaat nemen om deze categorie te winnen.

Een categorie winnen doe je simpelweg door opgeteld de hoogste waarde te hebben van kaarten in dezelfde kleur als de dobbelstenen. Voor de kleurenblinden onder ons staat er gelukkig nog een icoontje op de kaarten dat ook op het bord terug te vinden is. Mocht er trouwens een gelijkstand zijn, dan wint de speler met de kaart waarop de letter op staat dat het meest in de buurt komt van de A. B wint dus van C.

De wijze waarop je aan kaarten komt is uiteraard het belangrijkste onderdeel van het spel. Het begint met een stapel kaarten. Hierin zitten kaarten met de vijf kleuren met verschillende waarden in en kaarten met een geldwaarde.

De speler die aan de beurt is trekt de bovenste kaart en bekijkt deze in alle rust. Het is nu de bedoeling dat deze kaart of in het aanbod voor de andere spelers komt te liggen, de speler de kaart houdt of deze gedekt op een nieuw stapeltje te leggen.

Je bekijkt als actieve speler één kaart meer dan het aantal tegenstanders. Dus met drie spelers bekijk je vier kaarten. Er komen er twee in ’t aanbod, eentje in je hand en eentje op het andere stapeltje. De kaarten in ’t aanbod worden met de klok mee uitgekozen door de twee andere spelers. In dit geval dus twee weinig aantrekkelijke kaarten met een lage waarde, maar ook daar kun je wel wat aan hebben.

Mocht een speler een kaart met paars kader te pakken krijgen, dan moet de waarde van de dobbelstenen meteen aangepast worden.

Hierboven tikte ik al dat er een nieuw stapeltje wordt gecreëerd. De kaarten hierin worden per opbod aan de spelers verkocht als de oorspronkelijke stapel erdoorheen gejast is. En daarvoor zijn die eentje wel handig. Want voor een geldkaart biedt je in handkaarten. Voor drie eentjes, waar je normaliter niet voor gaat, kun je bijvoorbeeld een hoge geldkaart te pakken krijgen.

En met geldkaarten kun je bieden op kaarten met wat meer punten.

Als dat tweede stapeltje geen kaarten meer bevat, dan mogen de spelers gaan kijken wie welke kleur c.q. categorie heeft gewonnen. Als na het verdelen van de punten op de dobbelstenen er een gelijkstand is, dan wint de speler die nog de hoogste waarde aan geldkaarten over heeft. Is er dan nog een gelijkspel, dan speel je gewoon nog een keer, want lang duurt het allemaal niet.

giovanni

Bordspelliefhebber met een immer groeiende collectie. Koopt met enige regelmaat nieuwe spelletjes en wil daar graag wat over kwijt. Is tevens actief backer op Kickstarter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *